Wie door Zaanstad fietst of wandelt, kijkt eigenlijk de hele tijd naar een openluchtmuseum. Zeker langs de Zaan zie je overal fabrieken, pakhuizen en molens. Ze laten zien dat deze streek eeuwenlang een van de drukste industriegebieden van Europa was. Veel gebouwen zijn nog in gebruik, al gebeurt er nu vaak iets heel anders dan vroeger.
In dit artikel lees je waar je die sporen vindt, waar je op kunt letten en hoe je via erfgoeddagen en rondleidingen binnen kunt kijken in plekken die normaal dicht blijven.
Molens als eerste motor
De Zaanse industrie begon met wind. In de zeventiende en achttiende eeuw stonden hier honderden molens. Ze zaagden hout, persten olie uit zaden, maalden verfstoffen en maakten papier. Een groot deel daarvan is verdwenen, maar de molens die er nog staan geven een goed beeld van hoe dat werk ging.
Op de Zaanse Schans staan onder meer verfmolen De Kat en oliemolen De Zoeker. In Koog aan de Zaan staat oliemolen Het Pink tussen de woonhuizen, als een overblijfsel van een tijd waarin molens gewoon in de buurt draaiden. Kijk ook eens naar de paltrokmolens, zaagmolens die als geheel op de wind gedraaid worden. Dat type molen is typisch voor deze streek.
Fabrieken met een bekende naam
In de negentiende eeuw nam de stoommachine het over van de wind, en uit de molenbedrijven groeiden grote fabrieken. Namen als Verkade, Honig, Duyvis, Wessanen en Lassie komen hier vandaan. Ook Albert Heijn begon in de Zaanstreek, met een kruidenierswinkel in Oostzaan.
Het Honigcomplex in Koog aan de Zaan is een mooi voorbeeld van wat er met zo’n fabriek kan gebeuren. De grote gebouwen langs het water zijn opnieuw in gebruik genomen, met werkplaatsen, horeca en culturele activiteiten. In Wormerveer vormen de silo’s en fabriekshallen langs de Zaan nog altijd een indrukwekkend lint. Vanaf de overkant van het water zie je dat het best.
Pakhuizen en houten bedrijfsgebouwen
Tussen de grote fabrieken staan ook kleinere sporen, die je snel over het hoofd ziet. Oude pakhuizen, vaak van hout en groen of zwart geschilderd, dienden als opslag voor graan, zaden en hout. Sommige zijn omgebouwd tot woning of kantoor, maar aan de hoge deuren en de hijsbalken in de nok zie je nog waar ze voor bedoeld waren.
Let tijdens een wandeling ook op gevelopschriften, oude bedrijfsnamen op muren en de smalle steegjes die van de dijk naar het water lopen. Langs die paden werden vroeger goederen naar de schepen gebracht. De Zaan was de snelweg van de streek, en bijna alles was op het water gericht.
Praktische tips voor je eigen route
Je hebt geen georganiseerde tour nodig om veel te zien. Met een fiets en een paar uur kom je al een heel eind. Een paar suggesties om je route op te bouwen:
- Volg de Zaan van Zaandam naar Wormerveer en wissel af tussen de oevers.
- Neem de Zaanse Schans mee, maar ga ook verder naar minder drukke plekken.
- Bezoek het Zaans Museum voor achtergrond bij wat je onderweg ziet.
- Kijk in Krommenie naar de sporen van de linoleumindustrie.
- Plan bij voorkeur doordeweeks, dan is het rustiger bij de molens.
Erfgoeddagen en rondleidingen
Wil je binnen kijken? Dan zijn de landelijke erfgoeddagen een goed moment. Tijdens Open Monumentendag, meestal in september, gaan veel deuren open die anders gesloten blijven. Op Nationale Molendag in het voorjaar draaien veel molens en kun je vaak naar binnen om te zien hoe het mechaniek werkt. Molenaars en vrijwilligers vertellen dan graag over hun molen.
Daarnaast organiseren lokale erfgoedverenigingen, musea en gidsen regelmatig wandelingen en rondleidingen over het industriële verleden. Die data wisselen per jaar. Een actueel overzicht van wat er speelt in de buurt vind je onder meer op https://zaanstadstart.nl. Daar staan ook nieuws en een kalender met activiteiten in de regio. Zo zie je snel of er binnenkort een rondleiding of open dag in je eigen wijk is: https://zaanstadstart.nl.
Verleden dat blijft veranderen
Het mooie van de Zaanse industrie is dat ze geen afgesloten hoofdstuk is. Sommige fabrieken produceren nog, andere hebben een nieuwe functie gekregen. Rond oude terreinen als het Hembrugterrein in Zaandam, ooit een militair industrieterrein, ontstaan nieuwe plekken om te werken en te wonen. Zo blijven de gebouwen deel van het dagelijks leven in plaats van alleen een decor.
De volgende keer dat je langs een silo, een houten pakhuis of een draaiende molen komt, sta er dan eens even bij stil. Achter bijna elke gevel zit een verhaal over handel, uitvindingen en hard werken. Met een beetje voorbereiding en een open dag op de juiste tijd kun je dat verhaal zelf van dichtbij bekijken.
