Onderwijs Bewijs

Onderwijs Bewijs

Gedragsproblemen en pesten

Gedragsmatige, sociale of emotionele problemen vormen een grote uitdaging voor het onderwijs op alle niveaus. Het heeft in de eerste plaats negatieve gevolgen op de sociale en emotionele ontwikkeling van de betrokken kinderen. Dit werkt weer door in de schoolprestaties van het kind. Daarnaast hebben gedragsproblemen van één kind vaak een negatieve invloed op de omgeving, zoals op de leraar en de sfeer in de klas. Gedragsproblemen kennen een grote diversiteit aan uitingen, waar pesten er één van is. Pesten manifesteert zich op verschillende manieren zoals digitaal, fysiek of psychisch. Duidelijke indicatoren en interventies voor zowel het signaleren als tegengaan van gedragsproblemen zijn nog onvoldoende aanwezig. Het vraagt om diverse aanpakken en het opzetten van goede diagnostiek. Deze zal breed en integraal moeten worden toegepast, mede omdat veel buiten het gezichtsveld van de docent gebeurt.

Doel is duidelijke indicatoren te ontwikkelen voor een betere diagnostiek van gedragsproblemen, alsmede effectieve interventies te creëren die de problemen rondom dit thema verminderen. Het traceren van problemen is al van belang bij de voorschoolse educatie. Door de diversiteit van gedragsproblemen staat er bij interventies een integrale aanpak voor ogen die leidt tot een structurele oplossing van het probleem. Interventies kunnen zich richten op drie verschillende niveaus; de school in het algemeen, handelingsbekwaamheid van de docent, of op kinderen zelf.

Criteria Gedragsproblemen en Pesten

Vraagstelling/ afhankelijke variabelen

Het onderzoek dient de effectiviteit te meten van:

  • methoden die gedragsproblemen signaleren
  • interventies gericht op het verminderen van gedragsproblemen.

Effectiviteit blijkt:

  • bij het signaleren van gedragsproblemen uit een hoger aantal correct gesignaleerde leerlingen met gedragsproblemen of een lager aantal onterecht gesignaleerde leerlingen met gedragsproblemen.
  • Bij het verminderen van gedragsproblemen uit een lager aantal leerlingen met gedragsproblemen.

 

Onderzoek kan betrekking hebben op kinderopvang, peuterspeelzalen, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs.

Zie ook