Onderwijs Bewijs

Onderwijs Bewijs

Wie nam het initiatief voor projecten?

Het initiatief voor het projectvoorstel kwam uit zowel onderzoeksinstituten als onderwijspraktijk. Daarbij kon onderscheid worden gemaakt tussen projecten waarbij de indieners wilden aantonen dat een door hen ontwikkelde aanpak effectief is, en projecten waarbij de vraag was hoe een ervaren probleem opgelost kan worden.

Sommige door onderzoek geïnitieerde projecten liepen tegen het probleem op dat het moeilijk bleek om voldoende scholen te betrekken. Scholen gaven aan al aan allerlei pilots mee te doen. Bij projecten waar de vraagstelling was gebaseerd op contacten tussen een onderzoeksinstituut en een groep van scholen doen deze problemen zich niet voor. Aan de andere kant hadden projecten die geïnitieerd zijn door individuele scholen vanwege hun kleinschaligheid vaak problemen met het design. Bovendien leek de generaliseerbaarheid en opschaalbaarheid een probleem te zijn. Ideaal leken daarom projecten die ontstonden doordat een groep scholen bepaalde problemen in het onderwijs ervoeren en hiervoor in samenwerking met een universiteit een experiment opzetten om na te gaan welke aanpak van dit probleem het beste werkt. Onderwijsondersteuningsdiensten kunnen hierbij een belangrijke intermediaire rol spelen.

In een aantal gevallen leek de voornaamste motivatie om deel te nemen aan OnderwijsBewijs te zijn dat de subsidie gebruikt kan worden om een nieuwe onderwijsmethode te ontwikkelen, of om een bestaande methode op scholen te implementeren. De onderzoekskant leek daarbij van secundair belang. In andere gevallen hadden betrokkenen een duidelijk belang om aan te tonen dat “hun” methode effectief is. Beide motieven kunnen nadelig zijn voor de kwaliteit van het onderzoek.