Onderwijs Bewijs

Onderwijs Bewijs

Vermindering van achterstanden

Onderzoek naar achterstandsleerlingen kent een lange traditie, zowel in onderzoek als in beleid. Er is ook veel bekend over de onderwijskenmerken die voor achterstandsleerlingen belangrijk zijn; hoge verwachtingen, opbrengstgericht werken, het stellen en regelmatig toetsen van duidelijke leerdoelen en een sterke focus op basisvaardigheden zijn centrale elementen.

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan en beleidsaandacht gegaan naar aanvullende voorzieningen voor achterstandsleerlingen buiten het reguliere onderwijsprogramma. Genoemd kunnen worden VVE en schakelklassen, en meer recent de verlengde schooldag en zomerscholen. Omdat hier al veel onderzoek naar is en wordt verricht, gaat het in Onderwijs Bewijs niet om onderzoek naar deze aanvullende voorzieningen voor achterstandsleerlingen, maar om de ontwikkeling van effectieve interventies voor achterstandsleerlingen binnen de huidige onderwijspraktijk. Daarbij wordt de definitie van achterstandsleerling (naar opleidingsniveau van de ouders) gehanteerd zoals die in het primair onderwijs nu gebruikelijk is.

Criteria Vermindering van achterstanden

Vraagstelling/afhankelijke variabelen:

Het onderzoek dient de effectiviteit te meten van nieuw ontwikkelde interventies binnen de huidige onderwijspraktijk gericht op het vergroten van de onderwijskansen van achterstandsleerlingen.

Onderzoek kan plaatsvinden in één van de volgende categorieën:

  • Interventies gericht op het vergroten van de opbrengsten van het primaire leerproces in de klas; bijvoorbeeld interventies op basis van leermethoden die specifiek geschikt zijn voor achterstandsleerlingen of het trainen van specifieke competenties voor leraren op achterstandsscholen.
  • Interventies in de manier waarop achterstandsscholen doelen stellen, zich verantwoorden en van elkaar leren. Bekend is dat er grote verschillen zijn in de prestaties van achterstandsscholen en dat het stellen van doelen op schoolniveau leidt tot een meer opbrengstgerichte onderwijscultuur.
  • Interventies betreffende de advisering en de overgang van de basisschool naar het voorgezet onderwijs. Gezocht wordt naar methoden die de advisering van achterstandsleerlingen en de overgang naar het vervolgonderwijs kunnen verbeteren. Ook spelen hier interventies gericht op begeleiding en mentoring van achterstandleerlingen in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs.

 

Effectiviteit blijkt als: 

Interventies gericht op het vergroten van opbrengsten leiden tot:

  • een verbetering van de prestaties van achterstandsleerlingen voor de vakken of competenties waarop de interventies zijn gericht;
  • een daadwerkelijke toepassing van specifieke competenties door leraren.

 

Scholen meetbare doelen stellen die vervolgens leiden tot:

  • verandering van interventies in de klas.
  • hogere prestaties van leerlingen.
  • Interventies rond de advisering en de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs ertoe leiden dat leerlingen na (één, twee of drie) jaar op het onderwijstype zitten dat overeenkomt met het advies van de basisschool.

Specifieke vormen van begeleiding of mentoring leiden tot hogere prestaties.

Onderzoek kan betrekking hebben op primair en voortgezet onderwijs.